Ethiopië 2 jaar later.

Vanaf een klein cafeetje en een kopje Ethiopische thee met verse kaneel, komt het plezierige bijna euforische sentiment; het is goed om weer terug te zijn. Dit gevoel startte al bij aankomst op Bole International Airport. Terwijl ik het vliegtuig uitstapte vulde mijn neus zich weer met de bekende zoete geur van incense die zo typisch is voor Ethiopië en kon een ‘home sweet home’ niet onderdrukken.

Na wat gedoe op de luchthaven om geld te wisselen, de chauffeur te vinden en het meesleuren van alle souvenirs, kon ik dan toch rond 23u mijn kamer binnen strompelen in guesthouse Yeka in de gelijknamige buurt.

 
De eerste dagen moest ik er weer even inkomen. Hoe werkte het ook alweer. De noodzakelijke woorden zaten er gelukkig nog goed genoeg in dus ik kon de minibus weer in, zeggen waar ik heen wilde en wel zo handig ook waar ik er weer uit wilde, groeten, bedanken, excuseren, tellen en bestellen. Het ging na een paar dagen weer zoals vanouds. Mijn guesthouse in de buurt Yeka heb ik verruild voor een guesthouse in mijn oude vertrouwde buurt ‘Haya Huelet’. Wel zo lekker. Een hemel vergeleken bij het hotel waar ik 2 jaar geleden verbleef maar dat mag ook wel want hoewel je nog steeds voor 1 euro cent een kopje thee kunt bestellen en voor 1,20 euro je buik bol kunt eten, is accommodatie hier relatief aan de prijs 40 euro per nacht. Maar dan zit je wel in een kamer met warm water, balkon (!) en een gemeenschappelijke keuken waar je gebruik van kunt maken. Handig voor een kop thee ’s avonds.

De temperatuur loopt overdag op tot 30 graden maar het is genoeg bewolkt om aangenaam te zijn. Het regenseizoen kan elk moment beginnen. Ik kan me van 2 jaar geleden nog herinneren dat het de laatste weken van mijn verblijf (dezelfde tijd als nu) zelfs koud waren. De avonden koelen nu al wel sterk af.

 
Addis is niet veel veranderd. Nog steeds is er die constante geur van uitlaatgassen al dan niet gemixt met de geur van kruidige Doro Wat en shiro. Restaurant Zola waar ze de befaamde Quanta Fir Fir maken, is rond lunchtijd nog steeds ‘packed’. Ook de bekende gezichten bij de stalletjes waar ik mijn dagelijkse boodschappen deed, zijn er nog hetzelfde. De mierenzoete cakes, uitval van elektriciteit en de stoofjes met geroosterde maïs die 's avonds als paddenstoelen uit de grond ploppen, dito. En de armoede. Dat laatste helaas maar waar. Hoewel ik niet de illusie had dat daar iets in veranderd zou zijn, blijft het confronterend en bedenk ik me wederom meerdere malen per dag hoe bevoorrecht ik ben dat mij dat lot bespaard is gebleven.

Toch heeft de tijd hier zeker niet stil gestaan concluderend uit de hoeveelheid bouwprojecten. Op elke hoek van de straat staat wel een gebouw in wording. Ook internet is makkelijker toegankelijk hoewel je nog steeds op een kapotte stoel 3 minuten zit te wachten voordat Hotmail eindelijk opent.


Begin deze week heb ik het AMREF kantoor weer bezocht. Het aantal werknemers heeft zich verdrievoudigd sinds mijn vertrek. Veel nieuwe gezichten maar gelukkig ook wat oude bekende. Het viel me direct op dat de sfeer een stuk prettiger en vooral relaxter was. Alemajehu, het nieuwe hoofd van projecten is een aardige en coöperatieve man. Na mijn introductie en uitleg dat ik graag nog wat projecten zou willen bezoeken voor toekomstige artikelen, bood hij alle medewerking.

Zo heb ik vandaag naar een cursus bijgewoond waar speciaal geselecteerde commercial sex workers (CSW) volksmond; prostituees, de mogelijkheid wordt geboden om uit hun huidige misère te stappen en met behulp van micro credit een nieuw bestaan op te starten. De werk omstandigheden bij dit beroep zijn hier verre van humaan.

Details hierover verwerk ik in een verhaal over het 19 jarige meisje Bizuayehu die ik vanmiddag heb ontmoet en gesproken. Zij kwam 3 jaar geleden met niets naar de hoofdstad op zoek naar een beter leven. Eenmaal aangekomen spatte haar verwachtingen als een zeepbel uit elkaar en voelde ze zich gedwongen te gaan werken als CSW. Haar verhaal is zoals van zo velen hier, hartverscheurend.

Verder heb ik het gezondheidscentrum van het grootste industriegebied van Addis bezocht. Hierover ook een apart verhaal.

Maandag ga ik met Woutine (vriendin / project manager AMREF ) mee op een trip naar Afar, het afgelegen gebied dat ik 2 jaar geleden ook heb bezocht. Kijk ik erg naaruit.

Ook zit er een kans in dat ik naar South Omo ga. Een nog geïsoleerder gebied waar AMREF sinds een jaar ook actief is. Dit is het gebied waar de karakteristieke Mursi wonen en waar vrouwen kleischalen in hun lippen dragen. Deze trip is nog niet bevestigd maar als er een auto naartoe gaat, is me beloofd dat ik mee kan.

Cross fingers!

Kat

Onderwijs Accomodatie De wijk Nieuws